Inloggen Mijn PMA  

Pensioenfonds Medewerkers Apotheken

Print logo

Tijdens het dienstverband

  1. Wat moet ik doen als het dienstverband wijzigt?

    Indien het dienstverband van één van uw medewerkers wijzigt, bijvoorbeeld omdat deze minder of meer gaat werken, dan moet u deze wijziging doorgeven via het speciale webportaal voor werkgevers: Mijn Appolaris. Let op: Als u een administratiekantoor heeft en u heeft aan PMA doorgegeven dat zij de administratie doen, dan geeft het administratiekantoor de mutaties aan ons door. Gebeurt dat niet, dan kunt u het beste contact opnemen met uw administratiekantoor.

    Print
  2. Tellen diensten ook mee voor de pensioenopbouw?

    Diensten tellen alleen mee voor de pensioenopbouw indien ze worden uitbetaald. Dus niet indien de werknemer de diensten compenseert in vrije tijd.

    Volgens onderstaande formule kunnen premies worden berekend voor een werknemer die naast het vaste contract extra uren uitbetaald krijgt (bijvoorbeeld voor diensten). De formule geldt ongeacht de periode en ongeacht het aantal contracturen van de werknemer. Het maakt dus niet uit of er per week, per vier weken of per maand wordt betaald, en of de werknemer naast de extra uren een vast contract heeft voor 0, 24 of 36 uur per week. Onderstaand wordt met totaal salaris en totaal aantal uren bedoeld het totaal van de extra uren over de betreffende periode. De berekening van de pensioenpremie gaat als volgt (situatie per 1-1-2014):

    Werknemers geboren in 1950 of later

    • Pensioengrondslag: totaal salaris -/- (totaal aantal uren * 6,6522)
    • Pensioenpremie (werkgeversgedeelte): 17,60% van de pensioengrondslag
    • Pensioenpremie (werknemersgedeelte) incl. partnerpensioen: 8,80% van de pensioengrondslag
    • Pensioenpremie (werknemersgedeelte) excl. partnerpensioen: 8,05% van de pensioengrondslag

    Voorbeeld
    Een werknemer geboren in 1957 heeft in een bepaalde periode 47 uur gewerkt met een totaal salaris van 690 euro. De berekening wordt als volgt:
    Pensioengrondslag: 690 -/- (47 * 6,6522) = 690 -/- 312,65 = 377,35
    De bij de werknemer in te houden pensioenpremie wordt dan: 8,80% van 377,35 = € 33,21

    Print
  3. Wat moet ik doorgeven bij onbetaald (ouderschaps)verlof?

    Indien een werknemer met onbetaald verlof (bijvoorbeeld ouderschapsverlof) gaat, dan kunt u dit op de gebruikelijke wijze aan ons doorgeven. Indien de werknemer deels blijft werken dan vermeldt u de betreffende uren. Indien de werknemer niet deels blijft werken dan geeft u bij de uren 0 door.

    Bij onbetaald verlof tot 18 maanden blijft de overlijdensrisicoverzekering (nabestaandenpensioen op risicobasis) en de WGA-hiaatverzekering (van belang bij arbeidsongeschiktheid) doorlopen.

    Pensioenopbouw en premiebetaling vinden normaal gesproken plaats over de uren die de werknemer eventueel blijft werken gedurende de periode van onbetaald verlof. Er bestaat echter een mogelijkheid om de pensioenopbouw te laten plaatsvinden over de oorspronkelijke uren (tot een maximum van 18 maanden onbetaald verlof). Indien een werknemer daarvoor kiest dan komt ook de normaal door u verschuldigde pensioenpremie voor rekening van de werknemer. U kunt deze werkgeverspremie zelf verrekenen met de werknemer. Ook als de werknemer voor deze mogelijkheid kiest, moet u het onbetaald verlof aan ons doorgeven. Maar feitelijk wijzigt er niets, omdat de pensioenopbouw gebaseerd blijft op de oorspronkelijke gegevens.

    Print
  4. Wat heeft arbeidsongeschiktheid voor gevolgen?

    Als een werknemer arbeidsongeschikt raakt, gaat de pensioenopbouw in principe gewoon door. Bij arbeidsongeschiktheid zijn er twee periodes te onderscheiden:
    1. de eerste ziektejaren: u betaalt het salaris van de werknemer (gedeeltelijk) door;
    2. daarna: de werknemer wordt geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard en komt terecht in de WIA.

    De eerste ziektejaren blijft de werknemer salaris van u ontvangen. De pensioenopbouw blijft de hele periode gebaseerd op 100% van het oorspronkelijke salaris, ook als u de werknemer na verloop van tijd in werkelijkheid minder uitbetaalt. Dat geldt overigens ook voor de pensioenpremie – ook die blijft gebaseerd op het oorspronkelijke salaris.

    Als de werknemer daarna arbeidsongeschikt wordt verklaard en een WIA-uitkering ontvangt (de WIA is per 1 januari 2006 de opvolger van de WAO), gaat de opbouw van het pensioen ook door. Bij volledige arbeidsongeschiktheid hoeft er geen pensioenpremie te worden betaald, bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid is sprake van gedeeltelijke vrijstelling van premiebetaling. De premievrijstelling gaat overigens niet automatisch in: binnen drie maanden nadat de arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingegaan moet dit schriftelijk aan het pensioenfonds worden gemeld. Een kopie van de formele WIA-beschikking moet altijd worden meegestuurd.

    Uitgangspunt voor de voortgezette pensioenopbouw is het salaris dat de werknemer verdiende voordat hij of zij ziek werd. De pensioenopbouw wordt jaarlijks verhoogd in overeenstemming met de algemene loonrondes binnen de apotheekbranche. Dit gebeurt alleen als de financiële positie van PMA dat toelaat. Er gelden dezelfde voorwaarden als voor de indexatie van de pensioenen.

    Als de werknemer wordt goedgekeurd en weer bij u komt werken, dan gaat de opbouw van het pensioen op de oude voet verder. Ook de premie wordt weer op de gebruikelijke manier betaald. Als de werknemer weer terugkeert in het arbeidsproces, maar hij of zij gaat niet meer in een apotheek werken, dan stopt de opbouw van pensioen bij PMA. Dit geldt ook als de werknemer weer wordt goedgekeurd en werkloos wordt.

    De werknemer is via PMA overigens ook verzekerd voor het zogeheten WGA-hiaat. Als de werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt en er niet in slaagt ‘naar vermogen’ te blijven werken, krijgt de werknemer in de WIA  te maken met een aanzienlijke inkomensachteruitgang. De WGA-hiaatverzekering van PMA beschermt daar tegen.

    Print